Historie

Landgoed De Leperkoen te Lunteren is gelegen op de oostelijke helling van de Lindeboomsberg, een stuwwal uit de voorlaatste ijstijd (het Saalien, van 370.000 tot 130.000 jaar geleden) in de buurtschap Meulunteren. Het terrein heeft een verval van 25 meter.

Het landgoed kijkt uit over het gebied van de Celtic Fields (ca 600 v. Chr.) en de Germaanse Put (3e eeuw v. Chr.). Op het terrein bevinden zich drie grafheuvels (ca 2000 v. Chr., klokbekervolk). Deze grafheuvels zijn in 1997 gerestaureerd door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek.

Tot in de 19e eeuw was deze streek één groot heideveld (De Valcksche Heide). Vanaf ca 1870 is in Lunteren op diverse plaatsen bos aangeplant in het kader van werkverschaffing.

Lunteren kreeg in 1902 een station en ook een halte te Meulunteren en dus was er een direkte verbinding met o.a. Amsterdam.

Dit was een van de redenen dat hier in 1917 voor de Stichting "Ons Huis" te Amsterdam een "Vakantie-huis" werd gebouwd "waar elken zomer ongeveer 300 gasten, jongen en ouden, gehuwden en ongehuwden, in groepen van 12 tegelijk een heerlijke vakantie-week (..) kunnen doorbrengen."

Het vakantiehuis kreeg de naam De Leperkoen. Deze figuur uit Ierse verhalen werd door Arthur van Schendel in zijn boek De Berg Van Droomen (1913) beschreven als een soort dwerg of kabouter "die het goede brengt". Vandaar het citaat op het houten tableau boven de open haard:
"Wie den Leperkoen ziet, vindt schatten en schatten".

Vanaf 1934 is het landgoed in bezit van de familie Schoorl. Eerst als familiepension en NTKC-kampeerterrein en sinds 1970 wordt het landhuis verhuurd als groepsaccommodatie en staan er op het terrein enige caravans.

Het schaars begroeide heidelandschap uit 1917 is uitgegroeid tot een fraai gemengd bos van loof- en naaldbomen.